Twee zondagen geleden is het alweer. Bijna drie. Dat ik las dat Adriaan Bontebal ofwel Aad (volgens intimi) ofwel Het Geval Bontebal (volgens hemzelf) was overleden. Ik had reden te twijfelen of het bericht waar was. De berichtgever kende ik als een niet bepaald goede vriend van Adriaan. Maar ik was er een tijd uit. Vervreemd van de perikelen in de Haagse schrijverswereld. Tijden veranderen. Vriendschappen vallen uiteen of worden weer gelijmd als je even niet oplet. Ik zocht naar bevestiging. Dat het om een misplaatste kutgrap ging. Maar ik vond nix. Ja een overlijdensbericht op de weblog van Adriaan’s broer. Het was dus echt waar. Het was dus, verdomme, echt waar. De man die maar een paar zinnen nodig had om tot de vaak hilarische kern van een bestaan te komen bestond niet meer. Op zijn blog had hij kort daarvoor nog geschreven. De laatste zin “We weten toch: er zijn nog graaiers als wij er niet meer zijn”. Adriaan Bontebal kende ik als schrijver / performer. Als mens kende ik hem minder goed. Hij hoorde voor mij tot de elite waar een sterveling als ik zich niet aan opdringt.
De eerste keer dat ik Adriaan ontmoette was in het Haagse cultuurcafé De Bordelaise. Een vriendin van me organiseerde daar een evenement onder de naam Poetryjam en ik zou er, voor het eerst, met mijn liedjes optreden. Er kwamen ook wat muzikale vrienden en bekenden van me, wat reden was voor de nodige zenuwachtigheid. Mijn optreden ging zoals eerste optredens gaan. Onzeker, beetje rommelig, kon slechter, maar het kon ook heel veel beter. Na afloop probeerde ik me uit de voeten te maken. Bang. Voor commentaar of nog erger. Net voor ik de uitgang kon bereiken werd ik staande gehouden door een man met lang haar. Het was Adriaan. Dé Adriaan Bontebal. Hij greep me vast. Keek me door een bril doordringend aan. En terwijl ik dacht dat mijn seconden als kunstenmaker waren geteld, sprak hij. Heel zacht, heel vriendelijk: ‘Mooi man, wat je doet, kom je even bij ons zitten?’. We zaten, we spraken, we dronken en ik leerde die avond. Over hoe je door moet zetten, over hoe je weg moet laten, over hoe je inspireert en over hoe je, als je door nagenoeg iedereen heel goed gevonden wordt, toch ook een aardig en betrokken mens kunt blijven.
De koning van het kleine verhaal is dood. Hij bleef kinderloos.
De gedichten en liedtekstenbundel ‘Hutje op het asfalt’ is weer op voorraad en te verkrijgen bij mijn optredens.

Dit is de vernieuwde website van Alexander Franken.




Bezoek mij ook op…